Geschiktheidstest rijinstructeur

Vraag 1: Wat voor werk doet u graag?


– Ik wil voldoende uitgedaagd worden en iedere dag nieuwe dingen doen (G)
– Ik wil vrijheid, de mogelijkheid om mijn eigen uren te bepalen (I)
– Ik wil lekker rustig zitten en niet al te intensief bezig zijn (I)
– Ik wil een sociale baan met veel contact met mensen (H)

Vraag 2: Jouw buurman heeft een borreltje teveel op en hij rijdt – per ongeluk – tegen jouw auto aan. Je ziet dit gebeuren. Hoe reageer jij?

– Ik ben woest en trek mijn buurman boos achter het stuur vandaan. Hoe durft hij tegen mijn auto aan te rijden! (D)
– Ik reageer heel kalm. De buurman doet het niet expres. We vullen de schadeformulieren in en lossen het probleem snel en effectief op. (E)
– Ik begrijp niet dat hij met drank achter het stuur gaat. Hoewel ik natuurlijk niet blij ben met de schade, zal ik eerst mijn mening vertellen over het drankgebruik. (F)
– Ik negeer mijn buurman en ga snel naar binnen om de politie te bellen. Deze man hoort in een cel thuis. (D)

Vraag 3: Heb jij het afgelopen jaar een ongeluk of botsing gehad met je auto?

– Ja, meerdere ongelukken zelfs. (A)
– Slechts één ongeluk, maar dit was wel mijn schuld. (A)
– Slechts één ongeluk, maar dit was niet mijn schuld. (B)
– Nee, hoogstens één keer lichte lakschade. (C)

Vraag 4: Wat voor werk vindt u niet leuk?

– Werk waarbij ik lange dagen maak en dus vaak van huis ben. (H)
– Werk waarbij ik veel moet nadenken en er een hoge werkdruk is. (H)
– Werk waarbij ik veel verschillende mensen ontmoet. Ik werk het liefst alleen. (G)
– Werk waarbij ik iedere dag iets anders moet doen. (I)

Vraag 5: Je nichtje heeft hulp nodig met wiskunde. Je legt drie keer uit dat 2 + 2 vier is, maar ze begrijpt het niet. Wat doe je?

– Je bent er hé-lé-maal klaar mee. Ze zoekt maar iemand anders om haar te helpen met haar huiswerk. (D)
– Je geeft niet op en pakt een paar appels en peren. Fruit zal vast helpen om de rekensom nog duidelijker te maken. Zo niet, dan probeer je een andere methode. (F)
– Je hebt het nu drie keer geprobeerd. Dat is wel genoeg, want blijkbaar is de som nog iets te moeilijk voor je nichtje. Je wil haar niet pushen. Het is beter dat haar leerkracht haar helpt. (E)
– Je helpt uberhaupt nooit iemand en legt nooit iets uit, dus deze situatie is te absurd voor woorden. (D)

Vraag 6: Hoeveel van deze verkeersborden herken jij? En kun je uitleggen wat ze betekenen?

 

– Ik herken ze alle vier en kan uitleggen wat ze betekenen. (B)
– Ik herken maar drie verkeersborden. (C)
– Ik herken slechts één of twee verkeersborden. (B)
– Ik ken geen verkeersborden. (A)

Vraag 7: Je wordt aangenomen bij een bedrijf en krijgt drie salarisvoorstellen. Welk voorstel kies je?

– 2.000 euro per maand en veel vrijheid. Zo bepaal je zelf op je op komt dagen of dat je dagen thuisblijft. (H)
– 2.500 euro per maand en een beetje vrijheid. Hoewel je wel 40 uur per week werkt, mag je zelf bepalen hoe je die uren invult. (I)
– 3.500 euro per maand en geen vrijheid. Je werkt 40 uur per week binnen en doet continu hetzelfde vervelende klusje. (H)
– Ik ga niet akkoord met deze voorstellen, ik wil meer dan 3.500 euro per maand verdienen. (G)

Vraag 8: Als je met een groep mensen moet praten, met wie wil je dan graag praten?

– Bejaarden. Die zijn lekker rustig. Soms hoef je helemaal niet te praten, omdat ze hun kunstgebit uit hebben of in slaap zijn gevallen. (D)
– 40-jarigen. Zij hebben vast en zeker leuke verhalen over hun werk of over kinderen. Ik kan makkelijk een gesprek voeren met mensen in deze leeftijdsgroep. (E)
– Jongvolwassenen. Die staan midden in het leven en hebben vaak veel verschillende interesses. Ik kan makkelijk met hen praten. (F)
– Basisschoolkinderen. Ze zijn lekker spontaan en flappen er van alles uit. Ik vind het fantastisch om met kinderen te werken. (E)

Vraag 9: Ben je voor je huidige werk vaak onderweg?

– Ja, ik rijd dagelijks minimaal tientallen kilometers en vindt dat ook leuk. (C)
– Ja, ik rijd veel, maar ik wil graag iets minder achter het stuur zitten. (A)
– Nee, ik rijd niet veel, maar ambieer wel om meer op de weg te zijn. (C)
– Nee, ik rijd niet veel en dat vind ik eigenlijk wel lekker. (A)

Klaar?

Ga door naar de score pagina en je komt erachter of je geschikt bent om als instructeur aan de slag te gaan!